Fossielen en hun verhaal

Volgens de evolutietheorie veranderen planten en dieren continu door mutaties en natuurlijke selectie. En dat klopt. Die verandering is er wel, maar de veronderstelde overgang van een minder complex basistype naar een complexer basistype (bijvoorbeeld van vis naar landdier) is nog niet aangetoond. Toch denken veel mensen dit wel. Het is trouwens maar de vraag of bijvoorbeeld een landdier complexer is dan een vis. Wat maakt het ene dier complexer dan het andere? Elk levend wezen heeft zijn eigen bijzondere eigenschappen en de één is niet per definitie 'meer ontwikkeld' of 'beter' dan de ander. Er is een enorme verscheidenheid aan planten, bomen en dieren, maar de tussenliggende vormen die zouden moeten hebben geleid tot die verscheidenheid worden niet in het fossielenbestand gevonden. Er zou een hele ketting van duidelijk aan elkaar verwante vormen moeten zijn, maar juist van de belangrijkste overgangen (van vis naar landdier en van reptiel naar vogel bijvoorbeeld) mist het spoor. Wat we wel vinden is een groot aantal fossielen, waarvan evolutionisten zeggen dat ze vele miljoenen jaren oud zijn, die schijnbaar nauwelijks veranderd zijn. Dat wordt dan verklaard door te zeggen dat ze bijvoorbeeld het 'eindstation' van hun evolutionaire ontwikkeling hebben bereikt, maar een meer voor de hand liggende conclusie is dat ze zo gemaakt zijn en sinds dien niet veel veranderd zijn. Er is een moment geweest dat al die pracht en praal 'verscheen' in het fossielenverhaal en daarna veranderen ze haast niet meer. Als er enige verandering te bespeuren is, dan is dat meestal niet ten goede; de beesten met een overeenkomstig skelet zijn nu bijvoorbeeld vaak kleiner of missen dingen die hun voorouders wel hadden.


Toen de Coelacanthus in 1938 levend gevonden werd bij Madagascar, bracht dat wereldwijd nogal wat commotie teweeg. Wetenschappers dachten namelijk dat deze vissen ten tijde van de dinosauriërs (volgens hen meer dan 65 miljoen jaar geleden) al uitgestorven waren. Een fossiel van deze vis in een bepaalde aardlaag werd dan ook gezien als indicatie dat die laag niet jonger kon zijn dan 65 miljoen jaar. Nu zijn er al verschillende levende exemplaren gevonden, dus gaat die vlieger dus niet meer op.
Het is vrij uniek als je er eentje vangt, omdat ze heel diep in koude wateren leven en normaal gesproken een vangst niet overleven. Een Indonesische visser heeft een Coelacanthus nog 17 uur in leven heeft weten te houden, maar normaal gesproken blijven ze niet langer dan een paar uur leven. Ze leggen geen eieren, maar brengen levende jongen ter wereld. Hun vinnen bevatten botten en werden daarom gezien als evoluerende ledematen. Ze blijken echter uitstekend geschikt te zijn om mee te zwemmen, en juist helemaal niet voor vervoer op het land. Zo zien we telkens weer dat aannames die gedaan zijn op basis van de evolutietheorie, door de feiten worden tegengesproken. Let maar eens op hoe vaak een nieuwe ontdekking door wetenschappers een 'verrassing' genoemd wordt.

Meer 'levende fossielen'
Dit is niet het enige fossiel waarmee de ouderdom van een laag bepaald werd en waarvan later ontdekt werd dat er nog levende exemplaren bleken te zijn. Sterker nog, er zijn nog veel meer beesten die gedurende al die zogenaamde miljoenen jaren nauwelijks veranderd zijn. Wetenschappers noemen ze 'relicten'. Een echt bevredigende verklaring voor dit fenomeen vind ik alleen in een relatief korte geschiedenis van duizenden, niet miljoenen jaren. Het is niet logisch dat sommige organismen gedurende miljoenen jaren helemaal niet veranderen, terwijl andere organismen in diezelfde tijd een totaal andere soort worden en allemaal nieuwe organen ontwikkelen. We zien regelmatig dat de aannames die door evolutionisten gedaan worden niet worden ondersteund door feiten die niet aan de verwachtingen voldoen. Zo nu en dan wordt er een fossiel gevonden waarin men een overgangsvorm ziet. Meestal zijn dit echter variaties binnen een grondsoort (aap, hond, kat, etc.), die heel goed binnen een creationistisch wereldbeeld passen. De duizenden fossielen van overgangsvormen die nodig zijn om aan te tonen dat de ene grondsoort in de andere geëvolueerd is, zijn nog niet gevonden.

Er zijn onder de fossielen geen bewijzen voor toename van informatie binnen organismen. Wel voor het kopiëren en dupliceren van al bestaande informatie, maar niet voor het ontstaan van nieuwe informatie. De versteende botjes die gevonden worden vertellen je ook niet precies hoe het beestje eruit gezien heeft. Verschillende kunstenaars zullen van eenzelfde fossiel een heel ander plaatje maken. Vaak zijn die plaatjes sterk beïnvloed door de heersende gedachte over hoe het eruit gezien moet hebben. Denk aan die mooie plaatjes van holbewoners bij een kampvuur. Men weet vaak niets over hoeveel haar ze hadden, of hoe het eruit zag; niets over de huidskleur, de spieren of andere zachte delen. Dat is puur giswerk.


Het fossiele blaadje van de Ginkgo Biloba lijkt precies op het blaadje van de gelijknamige boom bij ons voor het huis. Daar staan er twee gezellig samen op het veldje. Tweehonderdzeventig miljoen jaar lang niet veranderd?... Dat lijkt me niet erg waarschijnlijk. Als er in diezelfde tijd zoveel andere dingen gebeurd zouden zijn, is het niet erg geloofwaardig te noemen dat deze boom totaal niet veranderd is.

Deze zogenaamde 'levende fossielen' zijn niet zeldzaam. Kijk maar eens naar de volgende plaatjes:
Levende en fossiele vleermuizen (52 miljoen jaar oud?)


Garnalen in 360 miljoen jaar onveranderd gebleven?


Krabben


Kreeften


Degenkrabben


Kwallen


Nautilussen en varens


Zeepaardjes en schildpadden


Salamanders


Libelles


Een 11 miljoen jaar lang niet veranderd knaagdier


Is een 'levend fossiel' echt "uiterst zeldzaam", zoals sommige wetenschappers zeggen? In verhouding tot het totaal aantal fossielen dat gevonden wordt misschien. Maar elk niet veranderd exemplaar is er wel weer één. Je zou juist verwachten dat dit fenomeen helemaal niet voorkomt als evolutie werkelijk op de veronderstelde schaal zou plaatsvinden.

Missende schakels of missende ketting?

Darwin verwachtte een enorme verscheidenheid aan gefossiliseerde soorten te vinden, waaruit duidelijk de totale evolutionaire geschiedenis af te lezen zou zijn. Een lange ketting, waarvan elke schakel in een vorige en een volgende grijpt. Wat er tot nu toe gevonden is komt daar niet eens in de buurt. Dit is het probleem van de zogenaamde 'missing links' (de missende schakels) van de ketting. Daar komt nog bij dat er binnen het genoom van de soorten zoveel variatie mogelijk is, dat de skeletten uiteindelijk nauwelijks meer op elkaar lijken. (En dat kan nog heel snel gebeuren ook. Denk aan de Deense Dog en de Chihuahua. Het feit dat er heel veel variatie mogelijk is binnen de basissoorten, kan het grootste deel van de verschillende levende wezens verklaren; er vanuit gaande dat God de oorspronkelijke soorten gemaakt heeft.) Maar het blijft een variatie binnen de soort! Kijk maar eens naar de vele verschillende soorten honden, paarden en kippen. Ze worden nooit iets anders dan een hond, een paard of een kip, dat laat de genetische informatie niet toe. Er komt nooit een extra oog, neusgat of oor bij, maar er gaat wel eens iets verloren (zoals bij grotvissen die hun gezichtsvermogen zijn kwijtgeraakt omdat ze het niet nodig hadden in het donker). Vrijwel alle variaties die we van de huidige diersoorten kennen zijn binnen vrij korte tijd (vergeleken bij de evolutionaire tijdschaal) ontstaan. De zondvloed, waardoor de meeste fossielen ontstonden, was ongeveer 4400 jaar geleden. Sinds die tijd kan er een hoop veranderd zijn. Maar ook voor de zondvloed moet er al veel variatie geweest zijn. Toch blijft er vaak wel een soort bestaan die erg lijkt op de oorspronkelijke soort (denk aan een soort wolf als voorloper van alle honden).

Noach hoefde slechts de basissoorten mee te nemen, ten behoeve van het voortbestaan van de dieren 'naar hun aard' (oorspronkelijk geschapen vorm). We zien dus veel variatie in een korte tijd, maar in een aantal gevallen nauwelijks verandering over de hele (zij het korte) geschiedenis. De 'eerste keer' dat (of beter: in de laagste aardlaag waarin) een fossiel van een bepaald beest voorkomt, is het gelijk volledig 'af', alles zit erop en eraan en het is ook nog eens vrijwel identiek aan de levende vormen van vandaag. Roept dat niet de vraag op of er eigenlijk wel evolutie heeft plaatsgevonden? En kan dit proces wel honderden miljoenen jaren doorgegaan zijn? Is het niet veel logischer dat de wezens waarvan we nu die fossielen vinden, afstamden van een (relatief kort geleden) perfect geschapen soortgenoot? Bovendien zou het 'oudste' fossiel van een bepaalde soort juist zo'n 'missing link' moeten zijn. Dit is een sterke aanwijzing voor een recent geschapen, beperkt aantal grondsoorten. Lees ook eens dit interessante artikel over toenemende stratigrafische ranges.

Voorhistorisch?

Prehistorisch betekent vóór de historie, dus voordat mensen begonnen met hun geschiedenis op te schrijven. Maar zoals ik hier probeer te laten zien, is de geschiedenis helemaal opgeschreven in de Bijbel. Er is dus helemaal geen prehistorie. Vanaf het 'moment' dat materie en tijd begon is alles gedocumenteerd. Natuurlijk werd er niet op dat moment geschreven, maar dat gedeelte is door God via Adam en Noach aan Mozes bekend gemaakt.

Door meerdere lagen heen

Over de hele wereld vinden we fossielen, (vooral bomen) door meerdere lagen heen. Dat wijst erop dat ze snel begraven zijn. In Peru zijn 346 walvissen in kiezelwier lagen gevonden van 1,5 km² en 80 m dik. Ze moeten binnen 3 dagen bedekt zijn want de baleinen zijn niet vergaan (Loma Linda University - Brand et al., 2004; Oard, 2004). Helemaal in de lijn der verwachting voor creationisten. Een evolutionist moet verklaren dat lagen miljoenen jaren lang zijn opgebouwd rondom versteende bomen en dat ze daarbij zo goed bewaard zijn gebleven. Deze feiten kunnen echter beter verklaard worden door een overstroming als de zondvloed. Sterker nog, het kan nu worden waargenomen in een meer bij Mount. St. Helens (Spirit Lake). Door de uitbarsting van de vulkaan in 1980 kwamen grote hoeveelheden bomen in het meer terecht. Die bomen begonnen in verticale stand naar de bodem te zinken en te verstenen. Het is dan niet moeilijk voor te stellen dat er in de zondvloed hetzelfde gebeurde, maar dan op grotere schaal. De bomen die op de bodem neergekomen waren werden dan weer bedolven door nieuwe lagen sediment. En zo hebben we nu versteende bomen die door meerdere lagen steken. (zie ook dit Engelstalige artikel op Answers in Genesis.)
Een heel mooi voorbeeld is ook (wel weer in het Engels) Specimen Ridge op de Creation Wiki site. Daar staan ook nog een paar nuttige links.
Een andere duidelijke aanwijzing dat de fossielen ontstaan zijn door een wereldwijde overstroming is dat we over de hele wereld fossielen in allerlei verwrongen standen vinden, waaruit duidelijk blijkt dat ze overvallen zijn door natuurgeweld.