De ark van Noach

Een wereldwijde overstroming die overleefd wordt door acht mensen en een heleboel dieren in een boot: een man met zijn vrouw, drie zoons met hun vrouwen en een vertegenwoordiging van alle landdieren en vogels. Is dat een realistisch verhaal, of een sprookje? Stonden echt alle bergen onder water? Is daar wel genoeg water voor? Was er wel genoeg ruimte in die boot voor alle beesten? Allemaal goede vragen. Dat er ooit een hele grote overstoming geweest is, kunnen we afleiden uit het feit dat er wel 270 verschillende legenden van bekend zijn onder vele volken, die overeenkomsten vertonen met de geschiedenis van Noach in de Bijbel. De Bijbel bevat echter het enige verslag dat goed wetenschappelijk te onderbouwen is. Het is een zeer gedetailleerd verslag, waarin precies beschreven wordt wanneer elke gebeurtenis plaatsvond en wie er bij betrokken waren. Van de overlevenden is zelfs gedurende vele generaties het geslachtsregister bijgehouden.

Gilgamesh epos

Een argument dat ik tegenwoordig veel hoor is dat het Bijbelse zondvloedverhaal is afgeleid van het Babilonische Gilgamesh epos, waarin de held Utnapishtim een wereldwijde overstroming overleeft. In dit uitstekende artikel op Answers in Genesis wordt uitgelegd waarom de Bijbelse geschiedenis betrouwbaarder is. Het epos rapporteert schijnbaar dezelfde gebeurtenissen, maar de Genesis geeft ons een beschrijving die beter overeenkomt met wetenschappelijke feiten, heeft een betere interne consistentie en meer overeenkomsten met andere bronnen. De aard van de overeenkomstige elementen in andere legendes van over de hele wereld, maakt het verslag in Genesis tot het meest acceptabele historische verslag van deze gebeurtenissen. Dit komt doordat de beschrijving in Genesis zoveel wetenschappelijk verifieerbare details noemt waaruit een werkbaar model kan worden gevormd. Dit in tegenstelling tot de andere legendes en mythen, zoals het Gilgamesh epos.

Afmetingen

De verhoudingen van 'de Ark' waren bijvoorbeeld ideaal voor een containerschip op zee. Als hij langer was geweest, was hij comfortabeler voor de opvarenden, maar minder sterk (hij kon makkelijker breken). Als hij hoger was geweest, was hij sterker, maar minder stabiel (door 'rollen' = heen en weer bewegen). En als hij breder was geweest, was hij stabieler, maar minder comfortabel (door 'stampen' = wipwap beweging). De ark had de perfecte afmetingen voor een juiste balans tussen stabiliteit, comfort en sterkte , volgens dr. Seon Won Hong van het world-class ship research center KRISO in Zuid Korea. Zijn onderzoek bevestigde dat de Ark golven van 30m hoog kon trotseren. wat precies de vorm van de Ark was, wordt in de Bijbel niet beschreven. Hij kan elke denkbare vorm gehad hebben, van een rechthoekige doos (maximale laadruimte), tot een ingenieus ontworpen schip als op het plaatje hierboven (het meest comfortabel voor een zeereis van ruim een jaar).

Inhoud

Noach had voldoende tijd om zijn boot te maken, aangezien hij 600 jaar oud was toen de overstroming kwam en hij 120 jaar van tevoren door God gewaarschuwd werd. Omdat Noach dichter bij de oorspronkelijke schepping zat werd hij ouder en was hij waarschijnlijk ook slimmer en sterker dan wij. Misschien zelfs wel groter, zodat ook zijn 'el' (de gebruikte lengtemaat in de Bijbel, van vingertoppen tot elleboog) groter was. Hiermee werd dan ook de Ark groter dan je in eerste instantie zou denken uit het verhaal. Het moet een vaartuig geweest zijn van ongeveer 150-200 meter lang.
Dat Noach mogelijk groter was dan wij is geen goedkoop verzinsel om zijn 'el' en daarmee de Ark groter te maken. Zelfs als Noach iets kleiner was dan wij, dan was de Ark nog groot genoeg geweest voor alle beesten die mee moesten. Men schat tegenwoordig het aantal soorten ergens boven de 8 miljoen. Een dikke 2 miljoen daarvan zijn zeedieren, die natuurlijk niet mee hoefden in de Ark. Meer dan 5 miljoen soorten zijn insecten, die een overstroming heel goed kunnen overleven op ronddrijvend hout en vegetatiematten, die veel voorkomen bij grote overstromingen. Dan houden we dus nog een miljoen hedendaagse soorten over, waarvan we weten dat veel soorten afstammen van een enkele oersoort, zoals de verschillende soorten hond, dingo, coyote, vos en wolf. Denk ook aan verschillende soorten paarden en ezels, knaagdieren, enzovoort. Hier kunnen we nog aan toevoegen dat er ook dinosauriërs meegingen in de Ark, waarvan recente studies ook hebben uitgewezen dat er minder grondsoorten waren dan men dacht. Kortom, het aantal soorten dat mee ging in de Ark was veel geringer dan je in eerste instantie zou denken. Het aantal beesten dat in de Ark ging (volgens het Bijbelse verslag) moet ergens rond de 16000 gelegen hebben; dat is een redelijke schatting. Voor meer informatie, zie het boek van John Woodmorappe, Noah's Ark: A Feasibility Study. In een boot met de afmetingen die worden beschreven in Genesis 6 zou zelfs nog ruimte over geweest zijn. Bedenk dat Noach de vissen en insecten niet mee hoefde te nemen, die vallen niet onder beschrijving in Genesis hoofdstuk 6 en 7. Alleen de landdieren en de vogels hoefden mee. En zelfs als er een aantal insecten mee moesten, was daar nog genoeg ruimte voor geweest.

Zondvloedmodel

Wanneer we kijken naar de mogelijkheden die een zondvloedmodel biedt, en deze serieus overwegen, zullen we zien dat een heleboel feiten (observaties) beter verklaard kunnen worden. Wetenschap wordt het beste bedreven vanuit het wereldbeeld dat de Bijbel ons biedt. Het is dus niet zo dat gelovigen alles wat in de Bijbel staat zonder kritische beschouwing accepteren en de feiten negeren. Je kunt de wetenschap omarmen en toch zonder problemen in de boodschap van de Bijbel geloven. Er is geen enkele meting of waarneming die de betrouwbaarheid van de Bijbel tegenspreekt. Dat wil niet zeggen dat daarmee alles verklaard is, maar geloven hoeft geen blind proces te zijn. Geloven in de God van de Bijbel is niet het zoeken naar een verklaring in het bovennatuurlijke als hier op aarde iets niet begrepen wordt. Het is geen kruk om op te leunen, maar een zekerheid van een universele waarheid, die ondersteund wordt door onze waarnemingen. Zo ook in het geval van de zondvloed en de Ark.

Dino's te groot?

Een veel gehoord bezwaar is dat die gigantische dinosauriërs toch nooit op die ark konden...? Men vergeet dan dat jonge dieren kleiner zijn dan de oude. Dino's groeiden hun hele leven door (net als olifanten en hagedissen), ze waren niet altijd groot. Elk beest begint klein. Overigens, niet alle soorten dino's werden groot. Gemiddeld had een volwassen dino de grootte van een schaap. Een dinosaurusei was ongeveer zo groot als een struisvogelei. Jonge dino's hoefden niet groter te zijn dan een hond of een koe. Jonge beesten wegen minder, eten minder, poepen en plassen minder, slapen meer en hebben een betere weerstand. Na de zondvloed zouden ze ook langer leven om kindjes te krijgen en de aarde opnieuw te bevolken. Wat zou jij doen, de opa's en de oma's meenemen of de jonge, sterke, veerkrachtige, levenslustige dieren die in de kracht van hun leven zijn? Je neemt natuurlijk de beesten die de grootste kans hebben om te overleven.

Een jaar hutje mutje?

Veel beesten houden een winterslaap of worden heel rustig tijdens vervoer op zee. Daarnaast was het voeren van de beesten en schoonhouden van de hokken geen onmogelijke taak. Zelfs met eenvoudige middelen is dit goed te automatiseren. De Ark had aan de bovenkant rondom een opening voor ventilatie (veel mensen denken 1 klein raampje), dus grote stankoverlast en explosiegevaar was er niet.

Alle soorten mee?

Sommige mensen vragen zich af hoe alle soorten die we kennen in de Ark konden. Maar er staat in de Bijbel niet dat alle 'soorten' mee gingen.
In de scheppingsgeschiedenis lezen we dit:
Gen 1:24 "En God zeide: De aarde brenge levende zielen voort, naar haar aard, vee, en kruipend, en wild gedierte der aarde, naar zijn aard! En het was alzo."
In het zondvloed verhaal lezen we dit:
Gen 6:18-21 "Maar met u zal Ik Mijn verbond oprichten; en gij zult in de Ark gaan, gij, en uw zonen, en uw huisvrouw, en de vrouwen uwer zonen met u. En gij zult van al wat leeft, van alle vlees, twee van elk, doen in de Ark komen, om met u in het leven te behouden: mannetje en wijfje zullen zij zijn; Van het gevogelte naar zijn aard, en van het vee naar zijn aard, van al het kruipend gedierte des aardbodems naar zijn aard, twee van elk zullen tot u komen, om die in het leven te behouden. En gij, neem voor u van alle spijze, die gegeten wordt, en verzamel ze tot u, opdat zij u en hun tot spijze zij."
Gen 7:14-15 "Zij, en al het gedierte naar zijn aard, en al het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, naar zijn aard, en al het gevogelte naar zijn aard, alle vogeltjes van allerlei vleugel. En van alle vlees, waarin een geest (de adem) des levens was, kwamen er twee en twee tot Noach in de Ark."
- "Naar zijn aard." Een logische conclusie is dus dat Noach de oorspronkelijk geschapen soorten mee moest nemen. Dat waren er veel minder dan het aantal verschillende soorten die ondertussen uit die grondsoorten waren voortgekomen of gefokt (denk aan het aantal soorten paarden, honden en kippen die allemaal afstammen van één grondsoort). Dat houdt in dat bijvoorbeeld van de hondachtigen alleen een paar meeging dat het meeste van de oorspronkelijke informatie in zich had (waarschijnlijk een wolfachtige). We weten natuurlijk niet hoever de dieren toen al diversificatie hadden doorgemaakt, maar we zien dat ze "kwamen" en dat houdt in dat Noach niet zelf hoefde uit te zoeken welke dieren mee moesten om de soortenrijkdom te laten ontstaan die we nu zien. De beesten waren toen toch nog vrij dicht bij de oorspronkelijke schepping en er was nog niet veel mutatie opgetreden. De variaties die we nu zien in bijvoorbeeld honden, paarden, katten en kippen kunnen makkelijk in de afgelopen 4500 jaar zijn ontstaan.
- "...En waarin een geest (Hebreeuws hetzelfde als adem) des levens was": Hier vallen volgens mij de insecten niet onder (die ademen niet zoals andere wezens). Insecten kunnen ook makkelijk een overstroming overleven op stukken wrakhout en als larven of poppen in de grond en in het water. Verder moeten we gewoon aannemen dat God de beesten liet komen die moesten overleven. Daarvoor hoefde alleen de 'basissoort' te komen. Daaruit zijn na de zondvloed alle huidige soorten ontstaan. Ook wat de dino's betreft hoefden alleen de oorspronkelijk geschapen soorten 'naar hun aard' mee. En dan kom je op veel minder dieren dan met de huidige classificatie, waarbij iedere vondst genoemd moet worden naar de vinder of vindplaats.
Lees er meer over, bijvoorbeeld op TrueOrigin.org en AnswersInGenesis.org.

Zaden

Noach moest volgens de beschrijving ook zaaddragend gewas meenemen. Hoeveel zaden hij bij zich had om later uit te zaaien wordt niet vermeld, maar we kunnen aannemen dat God er wel voor heeft gezorgd dat de meest kwetsbare zaden in de Ark bewaard bleven. De meeste zaden kunnen trouwens prima overleven in een grote overstroming. Dit gebeurt normaal gesproken op grote losgeslagen matten met vegetatie die door overstromingen worden meegesleurd. Ze overleven vaak ook in de grond en in het geval van de zondvloed mogelijk zelfs 'in de diepvries' - het ijs dat ontstond vanwege de verduistering van de zon door vulkanisch as en een dik wolkendek.

Vleeseters

Hoe zit het met de wilde en vleesetende beesten? Een veel gemist feit is dat de Bijbel pas na de zondvloed melding maakt van het eten van vlees. In Gen. 9:3,4 zegt God tegen Noach dat hij nu naast gewassen ook beesten mag eten. Het is heel goed mogelijk dat de beesten zich voor de zondvloed ook nog hielden aan het 'dieet' dat God had ingesteld bij de schepping. Als dat inderdaad het geval was, dan waren er dus nog geen roofdieren en zou dat in de Ark geen problemen gegeven hebben. En zelfs als er wel roofdieren waren, dan is God zeker bij machte geweest om ze een poosje rustig te houden en ze tijdelijk op het oude voedselpatroon te laten leven. Het hele Ark-project was tenslotte Zijn initiatief. Maar als ik het verhaal goed begrijp, is dat niet eens nodig geweest.

Bergen onder water

Kijk eens wat Petrus zei in 2Petrus 3:3-7 - "Dit moeten jullie eerst weten, dat er in de laatste dagen spotters zullen komen, die alleen maar hun eigen zin willen doen, en zeggen: "Waar is de belofte van Zijn komst? Want vanaf de dag, dat de vaderen gestorven zijn, blijven alle dingen hetzelfde van het begin van de schepping". Want ze willen bewust niet zien dat door het Woord van God hemelen van oudsher waren, en aarde werd gevestigd uit water en in water, waardoor de wereld die er toen was werd vernietigd, omdat ze overstroomd werd met water."
Veel mensen willen het bewust niet weten, ze negeren de bewijzen voor een zondvloed, omdat het ze met de neus op de feiten drukt: er is een God die oordeelt over de goddelozen en actief betrokken is bij het leven hier op aarde. De makkelijkste manier om je betrokkenheid te ontkennen of verantwoordelijkheid te ontlopen is door datgene wat je hieraan herinnert belachelijk te maken. Je zou kunnen zeggen: "Alle bergen onder water? Laat me niet lachen! Waar kwam al dat water dan vandaan?"



Als je naar deze reliëfkaart van het huidige aardoppervlak kijkt, zie je richels door de grote oceanen lopen; alsof de aarde ergens in het Middenoosten is gaan scheuren, dat die 'scheur' in de Indische Oceaan splitste richting de Grote Oceaan en de Atlantische Oceaan tot aan Alaska en Europa. (De links naar Wikipedia laten ook mooie reliëfkaarten zien, maar dan bolvormig en niet uitgerekt zoals hierboven.) Zo'n 'scheur' wordt een mid-oceanische rug genoemd. Op dit moment komt er op die plekken vloeibaar materiaal uit het binnenste van de aarde omhoog, dat langzaam van de 'scheur' afbeweegt. Dit 'lidteken' kan heel goed het gevolg zijn van de grote overstroming.
Gen.7:11 - "Alle fonteinen van de grote diepte (oceaan) scheurden open en sluizen van de hemel werden geopend." Geologen weten nog niet zo lang van deze richel in de oceanen. Het is bekend dat er langs deze richel veel vulkanische activiteit is. Vandaag de dag is wel 70% van wat er bij vulkaanuitbarstingen omhoog komt stoom, je kunt je voorstellen wat er gebeurt als er in één keer over de hele aarde "fonteinen" openbreken. Water spoot als superhete stoom omhoog, veroorzaakte enorme slagregens, verduisterde de zon en bedekte het hele aardoppervlak. (Zie ook de bevindingen van Stef Heerema op de videopagina). De verduistering van de zon was de oorzaak van een snelle bevriezing van de polen. De snelle beweging van de aardplaten veroorzaakte grote valleien, diepe geulen en bergruggen, waardoor het water weer weg kon stromen in wat nu de oceanen zijn.




De kleuren op deze hoogtekaart geven duidelijk aan waar de aarde na de zondvloed omhoog kwam (de rode gedeelten) en waar de grond inzakte (de donkerblauwe gedeelten). Als het water de hele aarde bedekte, konden er voor de zondvloed dus nog geen hoge bergen zijn. Stel dat we alle hoge bergen in de grote gaten van de zee zouden gooien en het hele aardoppervlak 'vlak' zou zijn, dan zou de hele aarde bedekt zijn met een laag water van ongeveer 3 kilometer! Als de hele aarde licht glooiend was en bergen niet hoger dan een paar kilometer, dan is het dus helemaal niet zo'n vreemd idee dat de hele aarde onder water heeft kunnen staan (volgens Genesis 7:19,20 zo'n 7 meter boven de hoogste heuvel van voor de zondvloed, dat zou precies de diepgang van de Ark geweest zijn). De Bijbel spreekt ook over de tektoniek na de zondvloed: in Psalm 104:5-8 lezen we over het "fundament van de aarde" die bedekt waren met de "diepten" (zeeën/oceanen) "De wateren stonden boven de bergen". De wateren verwenen weer, "de bergen rezen op en de dalen daalden."
De naam Atlantische Oceaan is overigens afkomstig van het mythische continent Atlantis, wat eigenlijk weer een van die vele oude zondvloedverhalen is; een oude beschaving, bedolven onder de golven van de Grote Overstroming.
De bovenste kilometer van de Mt. Everest bevat lagen sediment vol met zeeschelpen en dieren uit oceanen. Sedimenten worden gevormd door water, dus dat materiaal moet onder water gelegen hebben en vervolgens negen kilometer omhoog gestuwd zijn. Versteende mosselen die nog dicht zitten worden daar en over de hele wereld gevonden. Een mossel die sterft gaat open, dus moeten deze mosselen snel begraven zijn.

IJstijd

Over de hele wereld vinden we bewijs van afzettingen door water en ijs. Tijdens en na de zondvloed veranderde het klimaat zo dramatisch, dat de ijskappen op de polen tot ver over de continenten optrokken, waarvan we nu nog vele tekenen zien op het noordelijk halfrond. Dit fenomeen wordt ook wel 'ijstijd' genoemd. Echter, onder invloed van het wijdverbreide geloof in het uniformitarianisme, denkt men vaak dat er meerdere ijstijden geweest zijn die heel lang geduurd hebben en plaatsvonden gedurende de miljoenen jaren die de aarde volgens dat wereldbeeld oud is. Ook worden bepaalde structuren en verplaatsing van grote rotsblokken als bewijs voor een ijstijd gezien. Grote brokken steen kunnen echter ook meegenomen zijn door wegstromend water onder het ijs, dat weer smolt als gevolg van de nog warme bodem, vanwege alle vulkanische activiteit tijdens de zondvloed. Als we uitgaan van een 'Bijbelse geologie', dan zien we een aarde die door God tussen de zes- en tienduizend jaar geleden gemaakt is, waar mensen de keuze kregen om zich onder Zijn autoriteit te stellen, of hun eigen zin te doen en de aarde zelf te 'runnen', zonder God. Ze kozen het laatste en dat ging van kwaad tot erger, totdat uiteindelijk bijna iedereen volkomen slecht was en helemaal niet meer naar God luisterde. Alleen Noach vond nog genade in de ogen van God, waarop God hem uitkoos om met zijn gezin en speciale selectie van alle landdieren, in een grote boot een wereldwijde overstroming te overleven. Over de hele aarde vinden we daar bewijzen van. Volgens de Bijbel vond dit slechts enkele duizenden jaren voor Christus plaats.

Lang geleden?

Argumenten tegen een 'jonge' aarde en een zondvloed gaan vaak uit van processen die nu langzaam gaan. Men veronderstelt dan dat ze altijd langzaam gegaan zijn. Het gaat bijvoorbeeld om ijsafzettingen, vorming van grotten, aardlagen en jaarringen van bomen die aan elkaar 'gekoppeld' worden. Veel van die processen kunnen echter ook heel snel gaan, als er in een recent verleden maar veel water of heftige schommelingen in het klimaat zijn geweest. En dat is precies wat je in een zondvloedmodel verwacht. Het aan elkaar koppelen van jaarringen van bomen kan juist ook snelle afzetting van veel lagen bevestigen, zoals een aantal fossiele bomen in Specimen Ridge (Amerika) laten zien. De structuur van die bomen toont juist aan dat ze uit dezelfde tijd komen, hoewel ze in verschillende lagen gevonden worden.

De discussie over de werkelijke leeftijd van de aarde zal nog wel een poosje voortduren, omdat het vooral een kwestie van eer is. Mensen die in evolutie geloven, hebben nou eenmaal veel tijd nodig om van molecuul naar mens te komen (al is het de vraag of zelfs de voorgestelde tijd van miljarden jaren wel genoeg is voor een dergelijke ontwikkeling). Maar als ze de aanwijzingen dat de aarde eigenlijk heel jong is zouden accepteren, dan vervliegt elke hoop op een mogelijk langdurig, geleidelijk proces. Daar komt nog bij dat als je probeert in het verleden te kijken, er heel veel lastige factoren zijn waar je rekening mee moet houden. Met name het feit dat wij er geen van allen bij waren toen het gebeurde en dat de geschreven geschiedenis niet zover terug gaat. Sterker nog, dat de geschreven geschiedenis maar heel kort is, is juist een sterk bewijs voor een jonge aarde met een kort bestaan. Ouderdomsbepalingen met radioactieve elementen zijn ook alleen maar betrouwbaar als je weet hoeveel van de gemeten stof oorspronkelijk aanwezig was, of er in het verleden geen radioactiviteit verloren is gegaan, of dat het proces van radioactief verval in het verleden niet sneller is gegaan dan nu (denk aan de zondvloed: veel water, hoge druk, verandering van de atmosfeer; het is zelfs mogelijk dat een fluctuatie in vervalsnelheid de overstroming heeft veroorzaakt). Al met al is het wetenschappelijk bepalen van een ouderdom een lastig proces, dat in de meeste gevallen niet eens absolute zekerheid kan geven over een ouderdom van meer dan 2000 jaar. Zo zijn er ook nog eens vele voorbeelden van processen die juist een jonge aarde suggereren. Bijvoorbeeld de hoeveelheid zout in de zee, de hoeveelheid slib aan riviermonden, de hoeveelheid helium in de atmosfeer en ga zo maar door. Als je op het internet gaat zoeken dan vind je hierover onvoorstelbaar veel materiaal, waarbij de uitkomst maar al te vaak wordt beïnvloed door de vooronderstellingen van de schrijver. Ik heb geprobeerd om het materiaal onbevooroordeeld te bekijken en meen te moeten concluderen dat de aarde jong is, zoals de Bijbel zegt (Genesis 1-ev, Exodus 20:11). Onderzoek en oordeel zelf. Begin bijvoorbeeld met Creation Wiki.