Het idee voor deze site komt uit het briljante brein van David Coppedge. Een aantal van deze artikelen zijn dan ook (met toestemming) gebaseerd op de newsfeeds van zijn Creation Evolution Headlines. Nadruk toegevoegd in alle aanhalingen, tenzij anders aangegeven.
1. De duvel zit in de details
2. Verklaringen voor het onzichtbare; wetenschap of geloof?
[Meer artikelen...]
De duvel zit in de details
Geplaatst: 22 april 2010
Aan dit gezegde moest ik denken toen ik onderstaande artikelen las. In mijn ogen is die 'duivel' een 'satan' (letterlijk: 'aanklager') voor hen die nog in een evolutionaire oorsprong van het leven geloven. Kleine dingetjes, die we vroeger nog niet konden weten, maar nu geopenbaard worden dankzij de voortschrijdende technologische ontwikkelingen. Nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen en meer inzicht in de details geven steeds meer aanleiding om het leven te zien als een prachtig samenspel van ingenieus ontworpen bio-machinerie en technologische hoogstandjes.
Neem bijvoorbeeld de kraaien. BBC News heeft een filmpje op de site gezet waarin je ziet hoe een kraai drie hindernissen moet nemen om bij zijn eten te komen. Hij moet een klein stokje van een touwtje afhalen. Dat stokje gebruikt hij weer om bij een groter stokje te kunnen komen. Dat stokje heeft hij nodig om een stukje vlees te kunnen pakken. Heel vindingrijk. Een vindingrijkheid die zelfs kan rivaliseren met apen. (Hier heb ik al eerder over geschreven, zie dit artikel.) De onderzoekers waren verbaasd dat de vogels nog intelligenter waren dan ze dachten. Kraaien buigen zelfs takjes tot haakjes om bij hun voedsel te komen en gebruiken ook materialen die zij tot dan toe niet kenden.
|
Nu zou je jezelf kunnen afvragen in hoeverre het maken van gereedschappen kan worden gezien als 'intelligentiemeter' en of dat iets zegt over de mate waarin een dier 'geëvolueerd' is. We zien kraaien of apen nog geen ruimtestations, mobieltjes, vrachtauto's of videospelletjes maken. Het is heel leuk om die inventiviteit in beesten te zien, maar onze intelligentie en vindingrijkheid overstijgt dat van alle beesten met vele lichtjaren. Alle levende wezens hebben een zekere mate van intelligentie, maar de vraag is waar die intelligentie vandaan komt. Het enige zinnige antwoord is dat het van een hogere intelligentie afstamt of daardoor tot ontstaan gekomen is. Niemand heeft ooit waargenomen dat nieuwe niveaus van intelligentie ontstonden uit lagere niveaus. Elk levend wezen is geprogrammeerd met mogelijkheden die zijn eigen functioneren ten goede komen. Wij maken films waarin robots loslopen met een eigen intelligentie, gevoelsleven en creativiteit. Waarom zouden wij niet ook het product kunnen zijn van een creatieve maker? Dat intelligentie geëvolueerd is, blijft een slimme uitvlucht, bedacht door cognitief ingestelde mensen voor wie het geloof in een godheid tegen hun eigen overtuigingen ingaat. Maar als we gaan geloven dat onze intelligentie ontstaan is uit willekeurige processen, hoe kunnen we dan weten of die overtuiging correct is? Daar hebben we dan geen enkele zekerheid over. Die willekeur zit dan ook in onze intelligentie. Het is wel logisch dat abstract denkende, liefhebbende, creatieve, morele en zelfbewuste mensen voortkomen uit een creatief, intelligent, moreel en liefhebbend Persoon: "In den beginne was het Woord."
|
Nog een detail: Een vlieg kan zich omdraaien in een tiende van de tijd dat jij met je ogen knippert, terwijl ze 250 maal per seconde met hun vleugels slaan, zonder erover te hoeven nadenken. PhysOrg bericht van een onderzoek met hogesnelheidscamera's en speciale software, waaruit blijkt dat vliegen bij het vliegen minder hun hersens gebruiken dan gedacht. Ze maken gebruik van het slimme ontwerp van hun vleugels. Om om te draaien hoeft de vlieg slechts een spiertje in z'n schouder te bewegen en de vleugels doen de rest. De vleugel veranderd van stand, past zich gedurende enkele slagen vanzelf aan en draait het insect om. Het artikel bevat een videoclip waarin je de omdraaiende vlieg in slow motion kunt bewonderen. Ontwerpers kijken jaloers naar de verfijnde motoriek van de vlieg, in de hoop dat ze ooit eens in staat zullen zijn om een klein vliegend robotje te maken dat tot iets dergelijks in staat is.
|
Evolutie lijkt misschien logisch als je in grote lijnen denkt, maar wanneer je naar de details kijkt en nagaat wat ervoor nodig is om ze te laten werken, moet je toch in termen van ontwerpspecificaties gaan denken. Als je het wilt gaan imiteren en erachter komt hoe moeilijk dat is, wordt je een aanhanger van 'intelligent design'. De miljoenen jaren van evolutie klinken dan al gauw als uitvluchten en cirkelredeneringen in je oren. Darwin heeft zichzelf verloren in de details.
|
De moleculaire motortjes die onze spieren laten samentrekken werken als miljoenen minirobots die samen in één richting over een soort spoortje lopen. Denk aan die klassieke filmbeelden waarbij een lange rij slaven met een touw een groot blok steen langs een helling omhoog trekken. Nu is vastgesteld dat deze moleculaire robots daarvoor de onregelmatige beweging van moleculen (de 'Brownse beweging') gebruiken en die in één bepaalde richting 'uitlijnen'. Dit komt door de structurele positionering van hun eiwitonderdelen. Een onderzoek, gepubliceerd in PNAS heeft dit uitgewezen. Myosine loopt als een robot over het actinespoor en gebruikt daarbij ATP moleculen als energiebron. ATP moleculen worden aangemaakt in de 'batterijen' van onze cellen (mitochondriën) en worden door ons hele lichaam heen gebruikt om processen van energie te voorzien. In onze spieren wordt echter meer energie gebruikt dan de voor handen zijnde hoeveelheid ATP kan leveren. Zoals al langer werd gedacht, blijkt de motor gebruik te maken van de Brownse beweging, waardoor een soort minuscule 'krik' in een bepaalde richting wordt bewogen. Ze noemen het de 'Brownse krik'. De onderzoekers geloven dat dit mechanisme ook in andere cellen in het lichaam gebruikt wordt en vonden het zo ingenieus, dat ze moesten erkennen dat het efficiënt ontworpen was. Ze vergeleken het ook met een klokmechanisme, waarbij een heen- en weergaande beweging wordt omgezet in een draaiende beweging. Dit laat onze gedachten teruggaan naar het 'klokkenmakerverhaal' van William Paley. Als we ergens een klok vinden, gaan we er ook niet vanuit dat deze daar vanzelf is ontstaan. We weten dat de klok het resultaat is van de intelligentie en het vakmanschap van een klokkenmaker.
|
Deze kleine 'duveltjes in doosjes', die onze harten en longen en alle spieren laten werken, zijn een directe aanklacht tegen het evolutiegeloof. Dit soort ingenieuze structuren ontstaan niet zomaar. Daar is het gewoon veel te knap voor in elkaar gezet. Klokken zijn tenslotte ook niet het product van miljoenen jaren willekeurige bewegingen. Trouwens, Darwin dacht dat cellen slechts kleine vormeloze klontjes protoplasma waren. Hij had eens moeten weten...
|
En dan nog de recente ontdekking van 'subcodes' in onze genetische code. Dit zal de programmeurs onder ons wel aanspreken. Software had vroeger naast het hoofdprogramma ook allemaal subroutines, die naast de programmatuur stonden en aangeroepen konden worden om bepaalde veel voorkomende handelingen te verrichten. Dat is zó zestiger jaren. Nu werkt software modulair met 'klassen' en 'objecten' en reageert dynamisch op geneste triggers, die ook weer routines kunnen aanroepen die in andere talen geschreven zijn. We beginnen te ontdekken dat de genetische code ook veel ingewikkelder is dan men in de zestiger jaren dacht: Er wordt een kopie gemaakt van een stuk DNA (die kopie noemen we RNA), waar vervolgens een eiwit mee gemaakt wordt. Het eenvoudige beeld van DNA naar RNA naar eiwit (het centrale dogma van de moleculaire biologie) moet ruimte maken voor nieuwe inzichten. Onderzoekers hebben nieuwe 'sequentievoorkeuren' en 'subcodes' ontdekt en welke rol ze spelen bij het tot uitdrukking brengen van genen. Science Daily bericht hierover. De grote vraag bij het centrale dogma was altijd: hoe wordt de vertaling gereguleerd? Anders gezegd: wat bepaalt wanneer genen aan en uit geschakeld worden? Wanneer en met welk tempo moeten bepaalde eiwitten gemaakt worden? De ontdekte subcodes blijken dit te regelen. Het ontdekken van de subcodes kan wetenschappers bijvoorbeeld helpen om te begrijpen hoe de ribosomen 'weten' wanneer en hoe snel ze de eiwitten moeten verwerken.
|
Hoe kunnen mensen in het licht van deze ontdekkingen nog spreken over evolutie? De verwerking van DNA blijkt op processen te berusten die kunnen wedijveren met onze hedendaagse geneste software, die overduidelijk het resultaat is van uitermate ingenieus ontwerp. Kijkend naar deze (voor onze huidige begrippen) kleinste details, kunnen we alleen maar concluderen dat er een zeer slimme Programmeur achter zit.
|
[Meer artikelen...]
Verklaringen voor het onzichtbare; wetenschap of geloof?
Geplaatst: 1 april 2010
| |
|
Wetenschappers worden meestal graag gezien als mensen die boven religie staan. Religieuze mensen nemen dingen aan op basis van geloof, menen zij, en niet op basis van feiten. Er zijn echter vele theorieën die 'de wetenschap' soms erg veel op geloof laten lijken. In theorieën worden vaak dingen opgenomen die niet zichtbaar zijn en misschien helemaal niet bestaan, behalve als relikwieën van 'de consensus'. Als er een observatie gedaan wordt die de theorie aan het wankelen brengt, wordt er vaak een aanpassing gedaan aan de theorie, om de moeilijkheid in te passen, maar zelden wordt een theorie afgeschreven, zeker de 'grote' theorieën als Evolutie en de Big Bang kosmologie. Over kosmologie gesproken; enkele recente voorbeelden laten mooi zien hoe wetenschappers uit geloof reageren wanneer er niet voldoende bewijs is. In de astronomie komt het veel voor, maar ook in andere takken van de wetenschap vinden we dergelijke vormen van willekeurigheid in het denken.
- Donkere materie: Er staan enkele projecten op stapel om 'donkere materie' te detecteren. Af en toe is er een publicatie waarin gesuggereerd wordt dat er mogelijk een deeltje van de ongrijpbare donkere materie voorbij gekomen is. Meestal wordt de ontdekking van deze deeltjes in de toekomst geplaatst. Er worden wel eens deeltjes ontdekt die men voorheen niet kon waarnemen, maar dat zijn er veel te weinig om de totale hoeveelheid 'missende materie' te kunnen verklaren. Daarom zoekt men er nog steeds naar. Op PhysOrg werd bijvoorbeeld verslag gedaan van een conferentie over donkere materie, waar men het had over de manier van detecteren, niet over de daadwerkelijke detectie van donkere materie. Dr. David Cline, een professor aan de UCLA, bracht het heel positief: "Als we eenmaal weten wat het echt is, zullen we doorbreken in een heel nieuw gebied van de natuur. Het wordt een hele nieuwe tijd voor de wetenschap, met fascinerende nieuwe vragen, het wordt spannend." Maar hoe kan hij nu weten wat het is als hij denkt dat hij het ziet, zonder in een cirkelredenering te vervallen? Misschien is 'het' dan wel iets heel anders. Rafael F. Lang zei in Science: "Het is een ontnuchterend feit dat van alle materie in het universum slechts 17% bestaat uit deeltjes die we kennen. We weten eigenlijk maar heel weinig over de andere 83%." Hoe kan een feit nu voor 83% onbekend zijn!? Moet een feit niet ondersteund worden door betrouwbaar bewijs? Er is (nog) geen bewijs voor de claim dat 83% van het universum daadwerkelijk bestaat uit onzichtbare materie. Laten we niet vergeten dat donkere materie nodig is binnen het Big Bang model, maar dat er ook andere modellen zijn waarin het niet nodig is. Zelfs als er ooit bewijs gevonden wordt voor deze duistere deeltjes, wat maakt conferenties over donkere materie objectiever dan samenkomsten van mensen die een reddende Messias verwachten?
- Venus vreemd geval: In de jaren 60 van de vorige eeuw had men een heel ander beeld van Venus dan nu. Toen leefde de hoop dat er een tropisch klimaat heerste, waar leven mogelijk was. Een onaangename verrassing toen bleek dat dit niet het geval was. Venus is zo heet dat leven ondenkbaar is onder haar giftige wolken. Maar een andere verrassing was dat Venus geen geologische activiteit vertoont zoals wij die kennen hier op aarde. Het oppervlak schijnt in een keer catastrofaal veranderd te zijn. Alles lijkt jong: kraters, vulkanen, lavastromen. Om dit te verklaren hebben wetenschappers voorgesteld dat 90% van de geschiedenis van Venus gewist is doordat het oppervlak een keer volledig geherstructureerd is. Op PhysOrg lezen we dat Venus niet de massaconcentraties heeft die op aarde, de maan en Mars gedetecteerd zijn, wat erop zou moeten duiden dat het hele oppervlak een keer grondig over de kop gegaan is. Een catastrofe die een hele planeet omvat... interessant idee. Waarom hebben wetenschappers toch zo'n moeite met het idee van een wereldwijde zondvloed hier op aarde?
- Licht vermist: Nog een theorie waarbij 90% van de gegevens mist. Op
Science Daily werd vermeld dat de lichtmetingen aan sterrenstelsels 9 van de 10 keer hun doel missen, als gevolg van verkeerde aannames. Er zijn verschillende methoden die gebruikt worden bij de observaties en die "leiden altijd tot een beeld van ons universum dat slechts gedeeltelijk compleet is." Men hoopt wel dat metingen beter worden nu dit bekend is geworden. Maar hoe zeker kunnen we daar van zijn als men tot nu toe 90% gemist heeft? Welke andere onbekende factoren liggen er nog in het verschiet?
- Dynamotheorie: Op school wordt de studenten verteld dat magnetische velden worden gegenereerd door convectiestromen in de vloeibare kernen van planeten. Daarvoor moet natuurlijk wel genoeg ruimte zijn in het hemellichaam. Wat nu als het lichaam daar te klein voor is en er toch een magnetisch veld is? Het leerzame antwoord daarop lezen we op
PhysOrg. Nou ja, 'antwoord'... eigenlijk wordt er alleen maar gezegd dat men had verwacht dat het bij kleine hemellichamen niet voor kon komen, maar het blijkt toch het geval te zijn. Dus toch een dynamo in kleine objecten... Hoe? "Volgens Weiss wekt deze ontdekking de suggestie dat het onderhouden van een magnetisch veld ... op een of andere manier ook mogelijk is bij kleinere objecten..." Op een of andere manier? Dat klinkt niet erg wetenschappelijk. Maar de theorie vereist het, dus zal het wel zo zijn...
- Vreemde supernova: Type 1a supernovae zijn standaard objecten waarmee afstanden in de ruimte gemeten worden, vanwege hun standaard lichtkracht. Een verhaal op PhysOrg laat echter zien dat wetenschappers het niet eens kunnen worden over of een bepaald object een type 1a supernova is. Verklaringen lopen sterk uiteen en zekerheid is ver te zoeken. De vraag is of een dergelijk fenomeen ook kan ontstaan door het botsen van twee sterren, in plaats van het ontploffen van een ster. Als dat zo is, dan wordt het heel twijfelachtig of de standaard lichtkracht nog wel opgaat. En hoe zit het met alle andere supernovae die als klasse 1a zijn getypeerd?
- Levende dinosaurus: "Stel je voor dat je een levende dinosaurus in je achtertuin vindt." Zo begon een verhaal op Science Daily, maar het ging niet over dinosauriërs. Het ging over een groep kleine 'oeroude' sterrenstelsels die "10 miljard jaar gewacht" hebben om samen te komen. "Deze 'laatbloeiers' zijn op weg om een groot elliptisch sterrenstelsel te bouwen." Dit wordt als erg onwaarschijnlijk gezien, omdat het zo laat in de 'evolutionaire geschiedenis' plaatsvindt. Het wordt verondersteld dat dit in een ver verleden veel gebeurde, maar voor deze situatie moet een verklaring gevonden worden. "Misschien omdat dit systeem zich in een minder dichtbevolkt gebeid van het universum bevindt, zoiets als een plattelandsdorpje... waardoor het miljarden jaren langer duurde." Leuk zo'n vergelijking met iets herkenbaars, maar gaat dat op voor sterrenstelsels?
- Multiversum hypothese: Het beste voorbeeld van geloof binnen de wetenschappelijke gemeenschap: dat er ontelbaar veel universa buiten die van ons zijn. National Geographic News claimt 'bewijs' voor dit idee in de observatie van verschillende sterrenstelsels die op een manier bewegen die "niet verklaard kan worden met de huidige modellen." Deze "controversiële suggestie" komt van sommige onderzoekers die menen dat een zwaartekracht van buiten ons bekende universum aan deze stelsels trekt. Men beweert zelfs dat de Big Bang materie uit ons universum geslingerd heeft en zien daarin een aanleiding om te geloven in meerdere universa. Hoeveel geloof moet je hebben voor dit soort dingen?
"Zien is geloven," was de kop van een verhaal op PhysOrg over een uitbarsting van gammastraling die mogelijk van het meest veraf gelegen object in ons universum komt. Gebaseerd op de verhalen hierboven kunnen we echter wel zeggen dat voor sommige wetenschappers eerder geldt: geloven is zien. Als je maar genoeg geloof hebt in je theorie, is het niet zo moeilijk om een eigen werkelijkheid te visualiseren.
|
Voor veel mensen is wetenschap iets waar ze op kunnen bouwen. Begrijpelijk want 'de wetenschap' heeft ons veel goeds gebracht, zoals computers, medische kennis en andere bruikbare dingen. Maar we moeten niet vergeten dat wetenschappers niet alles weten. Er wordt veel getheoretiseerd. Vooral op het gebied van de geschiedenis van onze zichtbare werkelijkheid. We kijken naar wetenschappers als er iets is dat we niet begrijpen. We laten ons door hen verlichten, wat op zich niet verkeerd hoeft te zijn, als er maar voldoende onderbouwing is voor hun antwoord. Gelukkig zijn de meeste wetenschappers betrouwbaar en bezitten ze een grote mate van integriteit en objectiviteit. Maar dat is dus helaas niet altijd zo. Soms gaat hun fantasie met hen op de loop en vertrouwen ze meer op hun inschattingsvermogen dan de meetresultaten toelaten. We zien dit in de bovenstaande artikelen, maar deze zijn zeker geen uitzondering. Er worden tegenwoordig vaak uitspraken gedaan over dingen die we niet kunnen waarnemen, simpelweg omdat wetenschappers tegen de grenzen van onze waarneming aanlopen, zowel op astronomische schaal als op subatomaire schaal. Door te veronderstellen dat dingen buiten de grenzen van onze waarneming invulbaar zijn met dingen binnen ons waarnemingsgebied, wordt gebruik gemaakt van verbeeldingskracht en persoonlijke overtuiging. Er zijn nu eenmaal dingen die we niet kunnen waarnemen. Seculiere mythen als Big Bang en Evolutie zijn het gevolg van de drang van mensen om toch iets te willen zeggen over de dingen buiten onze waarnemingsgrenzen. We leven in een cultuur die bereid is om het voordeel van de twijfel aan de twijfel zelf te geven. Een mythe geeft een onjuist beeld van zaken, hoewel er een kern van waarheid in kan zitten, maar de drijvende krachten achter de wetenschap zouden zich bezig moeten houden met het vinden van de waarheid, niet het vertellen van verhalen. Dat maakt ze niet beter dan de religieuze mensen, waar ze zich zo graag van distantiëren. Toch wel ironisch dat we in de Bijbel adviezen vinden die je zo op de moderne wetenschap zou kunnen toepassen. De apostel Paulus waarschuwde Timoteüs voor "banaal en leeg geredeneer" 1 Tim. 6:20, hij schreef aan de Efeziërs dat ze zich niet heen en weer moesten laten slingeren door "allerlei wind van leer" Ef. 4:14 en aan de Thessalonicenzen dat ze alles moesten 'keuren' (onderzoeken, testen) en het goede moesten behouden. 1 Tess. 5:21. Dat lijkt mij een goed wetenschappelijk advies.
|
[Meer artikelen...]
|