De meeste artikelen zijn gebaseerd op de newsfeeds van Creation Evolution Headlines, met toestemming gebruikt. Nadruk toegevoegd in alle aanhalingen, tenzij anders aangegeven.
Sneeuwwitje en de negen dwergsterren
Dinosauriërsoorten opnieuw geclassificeerd
Die magnifieke mooie maan van ons
Plakkerig
Intelligente evolutie voor planten
Wetenschap waar je koud van wordt
Radioactief koolstof in diamanten bewijs voor jonge aarde
Dit is een klus voor Supermuis!
Cambrische kwal
Sneeuwwitje en de negen dwergsterren
Geplaatst: 29 november 2007
Science Now kwam met een leuk artikel, waarin de schrijver schijnbaar verbaasd uitroept dat het lijkt alsof astronomen telkens wanneer ze hun telescopen op de nachtelijke hemel richten wel weer iets raars zien. Zo ook met de recente ontdekking van negen witte dwergsterren. De chemische samenstelling voldoet totaal niet aan de verwachting. Sterker nog, ze zouden niet eens mogen bestaan. Klinkt sprookjesachtig nietwaar? Theorieën zijn nuttig, zolang ze maar een bruikbaar model bieden waarmee je verder kunt werken. Maar volgens de schrijver van het artikel kan deze vreemde observatie niet met de huidige theorieën verklaard worden, en kan het zelfs een hele nieuwe tak binnen de astronomie ontketenen. De sterren gaan misschien in tegen al onze verwachtingen, maar de astronoom Patrick Dufour is er van overtuigd dat "de natuur een manier gevonden heeft die wij niet kenden, om witte dwergsterren te maken zonder de gebruikelijke waterstof of heliumlagen aan de oppervlakte."
Voor de theorie die de veronderstelde evolutie van sterren moet verklaren is dit een grote uitdaging en astronomen krabben zichzelf achter hun oren. De aankondiging van dit raadselachtige fenomeen werd gedaan in Nature.1
1. P. Dufour, J. Liebert, G. Fontaine and N. Behara, "White dwarf stars with carbon atmospheres," Nature 450, 522-524 (22 november 2007) | doi:10.1038/nature06318.
|
De 'natuur' heeft een manier 'gevonden'? Sinds wanneer is 'de natuur' een persoon die iets kan bedenken of uitzoeken? Wetenschappers weten niet alles, dat mag wel eens gezegd worden. Dat weten ze zelf natuurlijk ook wel, maar toch zijn ze vaak akelig stellig over bepaalde zaken; zeker wanneer het over het oorsprongvraagstuk gaat. Wees dan ook altijd op je hoede wanneer een wetenschapper zoiets zegt als: "we weten", want ook wetenschappers kunnen het bij het verkeerde eind hebben. Zouden ze misschien ook een verkeerd uitgangspunt gekozen kunnen hebben bij het verklaren van de oorsprong van al die sterrenpracht? Wat (of Wie) heeft ervoor gezorgd dat wij kunnen genieten van die sprookjesachtige, betoverende schoonheid die wij bij heldere nachten mogen aanschouwen en ons zo dikwijls inspireert tot dichterlijke uitingen?
De hemelen vertellen van Gods eer, en het uitspansel verkondigt het werk van Zijn handen... (Psalm 19:2)
|
Bron: CEH 25 november 2007
Dinosauriërsoorten opnieuw geclassificeerd
Geplaatst: 27 november 2007
Het blijkt soms moeilijk te zijn om onderscheid te maken tussen soorten. Zeker als je te maken hebt met fossielen. Een publicatie in Science laat zien dat drie 'soorten' dinosauriërs eigenlijk verschillende groeistadia van één soort zijn.1 Ze waren Pachycephalosaurus, Stygimoloch en Dracorex genoemd, maar die namen zullen waarschijnlijk moeten worden veranderd.
Het opnieuw classificeren van deze fossielen gaat niet zonder slag of stoot. Jack Horner stelt voor om de drie exemplaren te zien als één soort, maar Robert Bakker vindt dat niet, omdat ze er zo verschillend uitzien. Horner en anderen zijn er echter van overtuigd dat het gaat om exemplaren van eenzelfde soort, in de stadia van jong, adolescent en volwassen, gebaseerd op verandering van structuren in de schedel. De vergroeiingen in het bot, die de schedels zo verschillend maken, kunnen volgens hem het gevolg zijn van mutaties. Hoewel ook vandaag de dag skeletten van eenzelfde soort behoorlijk kunnen verschillen, blijven onderzoekers hun vondsten classificeren als een "unieke vondst" en "een compleet nieuwe soort" (zie bijvoorbeeld dit artikel van National
Geographic, waarin een oude, vergeten schedel uit een museum wordt toegekend aan een "hele nieuwe familie"). Science Daily
beschrijft hoe onderzoekers in Australië proberen om hun dinosaurusbotten een plaats te geven naast die uit andere delen van de wereld, wat ze blijkbaar veel moeite kost. Australische dinosauriërs zijn zijn namelijk heel anders.
1. Erik Stokstad, "Did Horny Young Dinosaurs Cause Illusion of Separate Species?",
Science,
23 november 2007: Vol. 318. no. 5854, p. 1236, DOI: 10.1126/science.318.5854.1236.
|
Het is heel lastig om te bepalen wat nu precies een soort is. Soms is het haast een filosofische kwestie. Is het een andere soort omdat wij 'vinden' dat het een andere soort is, of is het echt een andere soort? Waar ligt de grens? Hoe kijk je naar de fossielen? Kijk je door de bril van 'miljoenen jaren van toenemende complexiteit', of kijk je ernaar door de bril van de Bijbel? Als je het op de creationistische manier bekijkt zie je een aantal door God geschapen hoofdgroepen van dieren die zo knap gemaakt zijn, dat ze de mogelijkheid in zich hadden om vele verschillende vormen voort te brengen. Die mogelijkheid zit er nu niet meer in (uit een poedel zullen bijvoorbeeld niet meer zoveel soorten honden kunnen worden gefokt), maar er is nu wel een enorme verscheidenheid aan vormen. Over het algemeen zou je kunnen zeggen dat beesten tot dezelfde soort behoren wanneer ze vruchtbaar nakroost kunnen voortbrengen, maar dat kunnen we bij dinosaurusfossielen natuurlijk niet meer controleren. Het fokt namelijk niet zo best met fossielen. Ik ben tenminste nog nooit een fossielenfokker tegengekomen. Misschien waren er nog wel veel meer dinosauriërs die allemaal afstamden van dezelfde door God geschapen soort. Het bepalen van de soort is nog veel lastiger bij aseksuele organismen. Die hebben geen seks, dus is er geen duidelijke scheiding tussen soorten aan te brengen. Het grote conflict in de taxonomie is altijd tussen de mensen die alles willen opdelen in zoveel mogelijk soorten en de mensen die het liefst een zo eenvoudig mogelijke structuur zien. Dan is er natuurlijk ook de eerzucht die veel onderzoekers hebben; want het ontdekken van een 'nieuwe' soort brengt een zekere mate van roem met zich mee. Soms wordt zo'n nieuwe soort ook nog naar de ontdekker vernoemd en dat zet je naam dan mooi in de geschiedenisboeken. Je gaat je wel afvragen hoeveel dinosauriërs en andere fossielen op deze manier in verschillende soorten gepropt zijn, gebaseerd op een Darwinistisch vooroordeel en de roemzucht van de onderzoekers. Zo worden we weer mooi in het ootje genomen.
|
Bron: CEH 24 november 2007
Die magnifieke mooie maan van ons
Geplaatst: 23 november 2007
De dagen worden korter en de maan laat zich weer sneller zien. Als je dit weekend omhoog kijkt, en daar in een heldere lucht die mooie fel verlichte bal ziet hangen, moet je er maar eens over nadenken hoe dat bijna perfect ronde hemellichaam daar gekomen is. Volgens een recent bericht is er toch wel iets bijzonders aan de hand. In een persbericht van het Jet Propulsion Laboratory wordt gesteld dat onze maan eigenlijk een heel zeldzaam verschijnsel is in het heelal. Ze beweren dit naar aanleiding van observaties die gedaan zijn met NASA's Spitzer Space Telescope. Met die telescoop is onlangs gezocht naar indicaties van botsingen tussen hemellichamen in andere zonnestelsels. Van die zonnestelsels wordt verondersteld dat ze de leeftijd hebben die ons zonnestelsel had toen de planeten en manen zich vormden. (Er vanuit gaande dat dit op de veronderstelde manier gebeurd is natuurlijk.) De meest dominante theorie op dit moment is dat onze maan gevormd werd door een botsing van onze Aarde met een object ter grootte van Mars. Dit was dan volgens die theorie 30 miljoen jaar na het ontstaan van onze planeet. Vervolgens, zo veronderstelt men, werd uit de vrijgekomen brokstukken, gruis en stof onze maan gevormd. Nu blijkt dat slechts 1 op de 400 geobserveerde sterren tekenen vertoont van het 'benodigde' stof. Uit die informatie, en rekening houdend met de tijd dat het stof 'blijft hangen', en de periode waarin manen zouden kunnen vormen, berekenden de wetenschappers dat de kans op het ontstaan van manen in zo'n zonnestelsel hooguit 5 tot 10% is. Als je al dat gefilosofeer leest, bespeur je wel een heel hoog 'als-gehalte'. New Scientist heeft hier ook een artikel over.
|
Die beweringen zijn gebaseerd op wel zeer twijfelachtige aannames. Het is helemaal niet zeker of planeten wel uit stofringen kunnen ontstaan. Dat idee stuit op enorm veel problemen. En die botsing is zo onwaarschijnlijk dat het welhaast een bewuste, gecoördineerde actie moet zijn geweest, waarbij iemand dat object ter grootte van Mars met de precisie van een biljartspeler tegen de Aarde aangetikt moet hebben; als het al gebeurd zou zijn. Er zijn namelijk meerdere theorieën, maar die zijn allemaal even twijfelachtig. Ook de ouderdomsbepalingen zijn zeer dubieus. Het is leuk dat astronomen nu erkennen dat onze maan heel bijzonder is, maar hun evolutionistische aannames kunnen mij natuurlijk gestolen worden. Ik kijk liever vol bewondering op naar dit geweldige meesterwerk, dat daar door onze Schepper bewust is opgehangen. De maan heeft een belangrijke rol in het in stand houden van de positie van de aardas. Ook veroorzaakt zij de getijden, waardoor de zeeën en oceanen schoon blijven. Zonder die schoonmaakfunctie zou er wellicht niet eens leven mogelijk zijn op Aarde. Die eigenschappen van onze maan zijn aanwijzingen dat haar bestaan bewust gepland is en geen toeval. En dan hebben we het nog niet gehad over de onovertroffen schoonheid van een zonsverduistering. Welk natuurlijk proces zou er nou voor gezorgd kunnen hebben dat de zichtbare schijf van de maan, vanaf de Aarde gezien, precies over de schijf van de zon zou passen? Hoe 'toevallig' is het dat dit verschijnsel regelmatig voorkomt en dat het een prachtig effect veroorzaakt dat bewonderd kan worden door ons, mensen, waarvan het bestaan volgens datzelfde wereldbeeld nog vele malen onwaarschijnlijker is?
Hoog tijd voor een stukje poëzie:
Als ik opzie naar Uw hemel, het werk van Uw vingers, de maan en de sterren die U geplaatst hebt; wat is de mens, dat U aan hem denkt, en de zoon des mensen, dat U hem bezoekt?
(Psalm 8:3,4)
|
Bron: CEH 22 november 2007
Plakkerig
Geplaatst: 19 november 2007
Wetenschappers hebben een extreem plakkerig plakkertje gemaakt. Het is twee keer zo plakkerig als gelijksoortige plakdingetjes. Het nieuwe lijmvrije plakspul plakt ook op stoffige oppervlakten, kan worden gewassen met zeep en water en kan meerdere keren worden hergebruikt. En hoe zijn ze daar nou opgekomen? Dit product heeft zijn oorsprong in een vrij nieuwe wetenschappelijke methode die 'biomimetica' genoemd wordt. Dit is het 'nadoen' (mime) van het leven (bios). Wetenschappers en uitvinders komen steeds vaker tot de ontdekking dat in de natuur toch de beste ideeën te vinden zijn... En hoe zou dat nou toch komen? Nu zijn ze dus met een 'insecttape' gekomen. In een artikel op Physorg.com staat een prachtig plaatje van een keverpoot, gemaakt met een elektronenmicroscoop. Het nieuwe plakspul is gebaseerd op de werking van zulke pootjes. Om de beste kandidaat te vinden hebben de onderzoekers 300 verschillende soorten insecten bekeken. De 'winnaars' mochten model staan voor het nieuwe product, zodat de eigenschappen optimaal zouden zijn. De 'plakkerigheid' kan worden omgedraaid (zodat het weer loslaat) en dat kan tot wel duizend keer herhaald worden. En als het, na bijvoorbeeld een paar honderd keer plakken vies wordt, kan het gewassen worden, waarna de volledige kleefkracht weer beschikbaar is. Het spul is getest op de poten van een radiografisch bestuurbare robot van 120 gram, die vervolgens succesvol tegen een glazen wand opklom. Er zijn vele toepassingen te bedenken, zoals bij het behandelen van lenzen en Cd's, maar het zal volgens de onderzoekers niet snel een vervanging worden voor Scotch(TM) tape, omdat het niet zo goedkoop en toch ook niet zo sterk is. En ondanks alle inspanningen kan op dit moment slechts 60% van de kleefkracht van insecten worden bereikt.
|
Dit geweldige staaltje van techniek komt van een insect. Hoewel insecten binnen de evolutietheorie eigenlijk niet goed geplaatst kunnen worden, vanwege de enorme diversiteit en de totale afwezigheid van bewijs voor hun afkomst, werd in het artikel toch stoutmoedig beweerd dat twee soorten plakkerige pootjes bij de op dit moment ongeveer één miljoen bekende insectensoorten "onafhankelijk geëvolueerd" zijn. Sterker nog, er werd beweerd dat ze dat "weten". Maar hoe 'weten' ze dat dan? Dat werd (natuurlijk) weer niet uitgelegd. Hoe verklaar je een miljoen verschillende soorten technologische hoogstandjes, die perfect zijn afgesteld op hun omgeving en elkaar? Hoe kan een mens geloven dat al die goed functionerende, zelfstandig opererende precisie-instrumenten voortkomen uit een willekeurig proces van oorzaak en gevolg? Niemand is in staat om daar zelfs maar een geloofwaardig mechanisme voor te bedenken, laat staan uitleggen hoe het precies gegaan zou moeten zijn. Nee, ik zie veel meer in de verklaring dat ze ontworpen zijn door Iemand met een enorme dosis creatieve humor.
Natuurlijk heb ik het dan niet over wespen, malariamuggen en andere vervelende steek-, prik- en bijtbeesten. Die ellende hebben wij (mensen) onszelf aangedaan, door Gods opdracht om voor deze aarde te zorgen niet serieus te nemen en door ons bovendien ook nog eens te onttrekken aan de levensbron (zie Genesis 3). Gelukkig is er een mogelijkheid om met God verzoend te worden door het werk van Jezus Christus. Lees de brief van Paulus aan de Romeinen maar eens.
|
Intelligente evolutie voor planten
Geplaatst: 13 november 2007
Ze konden het weer niet laten om hun evolutionaire propaganda te spuien. Een persbericht van de universiteit van Illinois laat ons een sterk staaltje van intelligent ontwerp zien, maar er wordt gepraat over evolutie. Het gaat helemaal over evolutie, en niet zomaar evolutie, nee, deze evolutie kan supercomputers programmeren en intelligente beslissingen nemen. Verwarrend? Dat is nog zwak uitgedrukt. Het opschrift van het artikel toont ons het verbluffende feit dat het onderzoekers gelukt is om fotosynthese te simuleren, om een beter blad te maken. Een betere plant, die efficiënter gebruik maakt van het licht en meer bladeren en fruit produceert, zonder extra kunstmest. Ze maakten daarbij gebruik van "een computermodel dat het proces van evolutie nabootst". Het artikel vertelt in geuren en kleuren hoe ze met veel moeite alle complexe chemische reacties van de fotosynthese, waarbij meer dan honderd ingewikkelde eiwitten, enzymen en andere chemische elementen betrokken zijn, in een computerprogramma hebben geprogrammeerd. Vervolgens lieten ze er een aantal knap verweven differentiaalberekeningen op los, die naar hun bescheiden mening het evolutieproces vertegenwoordigen; "evolutionaire algoritmen" werden ze genoemd. Daarbij pasten zij het model constant aan, zodat het uiteindelijk het gewenste resultaat gaf. De schrijfster van het stuk, Diana Yates, had er geen problemen mee om dit door hoge intelligentie gedreven proces 'evolutie' te noemen. Maar wie bepaalt er nu eigenlijk welke mutaties er zouden kunnen plaatsvinden? En waar 'natuurlijke selectie' vervolgens voor 'kiest'? Op de vraag waarom planten hier zelf niet opgekomen zijn (die dubbele productiviteit), antwoordt
Onderzoeker Steve Long: "Het antwoordt ligt misschien in het feit dat evolutie selecteert op overleving... wij selecteerden op hogere productiviteit... "
|
Hoezo indoctrineren? Evolutie wordt gewoon maar aangenomen als feit. Als je maar hard genoeg roept dat er evolutie is, krijg je vanzelf gelijk, toch? Of niet? En dan hebben ze het natuurlijk niet over de kleine veranderingen die je overal in de natuur ziet, maar over een spontane evolutie van een soort algje naar een tomatenplant of zo. Wat we hier zien is een hoge mate van intelligent ontwerp en bewuste keuzes, gemaakt door denkende wetenschappers onder uiterst geconditioneerde omstandigheden. Waarbij de onderzoeken nog niet eens in een werkelijke testsituatie worden gedaan, maar in een virtuele omgeving, waar je letterlijk alles kunt laten gebeuren wat je maar wilt. Elke tussenliggende stap kan volkomen onrealistisch zijn. Wie weet hoe vaak er in al die virtuele stappen in de werkelijkheid een totaal onleefbare situatie voor de plant zou zijn ontstaan? Sterker nog, ze maakten gebruik van bestaande elementen, die ze met veel moeite konden simuleren in een computer. Stel dat ze die 100 complexe eiwitten ook nog eens zelf hadden moeten ontwerpen! Dit hele onderzoek is een perfect voorbeeld van het feit dat er voor het ontwerpen en maken van een proces als fotosynthese, een enorme berg intelligentie en toegewijde arbeid nodig is. De soort toewijding die onze Maker had, toen Hij ons bedacht en maakte. En meer dan dat, want ik denk niet dat deze onderzoekers een geestelijke band of een relatie met hun plantjes hebben, of dat de planten hun blaadjes in aanbidding opheffen naar hun 'makers'.
|
Bron: CEH 12 november 2007
Wetenschap waar je koud van wordt
Geplaatst: 12 november 2007
Een deeltjesversneller, 100 meter onder Genève, 27 kilometer aan peperdure supergeleidende magneten (van een half miljoen euro per stuk), een koelsysteem met ruim 40.000 lekvrije lassen, dat 10.000 ton vloeibare stikstof en 130 ton vloeibaar helium verbruikt, om de elektromagneten op hun bedrijfstemperatuur van 271,3 graden onder nul te houden; beter dan andere deeltjesversnellers, een heleboel geld, jaren werk... en het doel? De "diepe vragen over de aard van materie op te lossen". Dit doet men o.a. door met de 44 meter lange en 22 meter hoge Atlas-detector te zoeken naar "het Higgsdeeltje", dat nog nooit eerder is waargenomen, maar moet verklaren waarom er massa is. Meer info in dit artikel van Kennislink. Een opmerkelijke stukje was dit: "...detectoren in de ring moeten verklaren waarom er in het heelal alleen maar normale materie voorkomt; de in principe even waarschijnlijke anti-materie moet je met een vergrootglas zoeken. Wetenschappers denken dat materie en anti-materie vlak in de begintijd van het heelal evenveel voorkwamen, maar dat de natuur een lichte voorkeur heeft voor de soort deeltjes waar sterren, planeten en alles op aarde uit zijn opgebouwd." Dit is opmerkelijk, omdat al in 1998 is vastgesteld1 dat de verwachte bewijzen voor die zogenaamde "anti-materie" er gewoon niet zijn (zie ook AiG, december 1998). Waar al die "anti-materie" uit "de begintijd" naartoe gegaan is, moet die nieuwe deeltjesversneller dus gaan bepalen. Ze hopen ook metingen te kunnen doen aan deeltjes die met hoge snelheid tegen elkaar botsen. Zo tracht men een situatie te reconstrueren die zou lijken op de (nog altijd hypothetische) Big Bang.
1Cohen, A.G., De Rújula, A., and Glashow, S.L., A matter-antimatter universe?, The Astrophysical Journal, 495, 1998.
|
Hier kun je gigantische vraagtekens bij zetten, en terecht. Men blijft hardnekkig geld uitgeven en koortsachtig zoeken naar verklaringen voor dingen die met de "gangbare theorieën" voor het ontstaan van het heelal (zoals een Big Bang theorie), niet verklaard kunnen worden. Maar een situatie reconstrueren die op zichzelf al hypothetisch is, lijkt op het bewijzen dat er kaboutertjes zijn, door paddestoelen te vinden die 'krak' hebben gezegd. En steeds weer hoor je dat ze "er nog lang niet zijn" en dat er "nog veel meer onderzoek nodig is", dat een nieuwe ontdekking "meer licht werpt" en woorden als "misschien", "mogelijk" en "onduidelijk" zijn niet van de lucht. Men verzint een "Higgsdeeltje" (om het bestaan van massa te verklaren) en "anti-materie" (dat de 'andere helft' van het heelal zou moeten verklaren), en "donkere materie" (om beweging van sterren en 'missende zwaartekracht' te verklaren), maar ze komen geen steek dichter bij het begrijpen van 'het begin', zoals ze dat zelf bedacht hebben. En men gaat voorbij aan de meest voor de hand liggende verklaring: het heelal is gemaakt en bestaat uit en door God, waarvan we het ooggetuigenverslag hebben (de Bijbel). Nu beweer ik niet dat die deeltjes of die materie niet bestaan, of dat God de verklaring is voor alles wij niet kunnen verklaren, maar waar het om gaat is dat mensen (met name veel wetenschappers) zo graag alles materialistisch willen verklaren, terwijl de feiten daar vaak mee in tegenspraak zijn. Als je jezelf maar genoeg begraaft in allerlei berekeningen, mogelijke processen, variabelen, fictieve deeltjes en onzichtbare materie, die misschien ooit eens kunnen verklaren hoe dit perfect uitgebalanceerde heelal zomaar vanzelf ontstaan zou zijn, hoef je nooit rekening te houden met Degene die het allemaal gemaakt heeft; en Die ook jou gemaakt heeft en zo graag een relatie met je wil hebben (2 Kor 5:14-21). Vanuit die relatie en de realiteit van de Bijbel kun je ook veel beter wetenschappelijk onderzoek doen, en zijn de feiten veel beter te plaatsen. Waar het werkelijk om gaat bij het begrijpen van de resultaten die de wetenschap ons biedt, is het wereldbeeld dat je hebt: Hoe kijk je naar de dingen? Gebruik je de bril van de Bijbel (het onveranderlijke ooggetuigenverslag), of ga je af op de steeds weer veranderende meningen van feilbare mensen? De meningen van mensen zullen je uiteindelijk alleen maar in het duister laten tasten, terwijl in het licht van de Bijbel alles op zijn plaats valt.
|
Radioactief koolstof in diamanten bewijs voor jonge aarde
Geplaatst: 8 november 2007
De eerste levensbehoefte van een evolutiegelovige is tijd, heel veel tijd. Er zijn voor de evolutie van slijm naar slak en van mineraal naar generaal nou eenmaal miljoenen jaren nodig. Dus zonder die tijd verliest de theorie elke vorm van geloofwaardigheid. Voor de rechtvaardiging van hun geloof, doen ze vaak een beroep op ouderdomsbepalingen met behulp van radioactief materiaal. Hoe werkt dat eigenlijk? Verschillende elementen in de natuur kunnen radioactief zijn. We weten allemaal wel dat bijvoorbeeld uranium een radioactief element is. Door die radioactieve straling raken de atomen van de stof af en toe een deeltje kwijt. Het klinkt misschien gek voor een leek, maar uranium verandert daardoor na een lange tijd in lood. (Nee, lood verandert helaas niet in goud...) Zo is er ook een instabiele versie van koolstof, die in alle levende wezens voorkomt, C-14 geheten. Planten nemen deze radioactieve vorm van koolstof op uit de atmosfeer. Mensen en dieren die de planten eten, krijgen zo C-14 binnen. Mensen en dieren eten ook weer elkaar op, en zo krijgen alle levende wezens in hun lichaam nagenoeg dezelfde verhouding tussen C-14 en C-12 als die in de atmosfeer. Wanneer een organisme sterft, stopt het met het opnemen van koolstof en vanaf dat moment gaat die verhouding veranderen. C-14 gaat dan langzaam verdwijnen (het verandert in stikstof). Met de huidige vervalsnelheid verdwijnt in 5736 jaar de helft van het radioactieve koolstof. Dat wordt de 'halfwaardetijd' genoemd. Daarom is het slechts geschikt voor het bepalen van een ouderdom tot ongeveer 60.000 jaar (in sommige laboratoria is heel nauwkeurige apparatuur aanwezig en meent men tot boven de 75.000 jaar te kunnen komen). Daarna worden de metingen onbetrouwbaar, omdat er nog te weinig radioactief materiaal aanwezig is. Daarbij wordt er gemakshalve wel vanuit gegaan dat de verhouding tussen C-14 en C-12 vroeger niet anders was dan nu en dat de vervalsnelheid altijd zo geweest is als hij nu is. Als er vroeger minder C-14 was en de vervalsnelheid ooit hoger geweest is, geven de metingen allemaal alsnog een te hoge ouderdom. Van andere radioactieve elementen, zoals uranium, en hun 'dochterelementen' (bij uranium is dat dus lood) weet men al helemaal niet hoeveel er oorspronkelijk in de gesteenten aanwezig was. Over de onbetrouwbaarheid van die metingen wil ik het nu niet hebben. Er is namelijk een ander feit boven water gekomen dat de hele zaak sowieso aan het wankelen brengt. Er zijn namelijk diamanten onderzocht door een zekere R.E. Taylor (van het Departement van Antropologie aan de universiteit van Californië–Riverside en van het Cotsen Archeologisch Instituut aan de universiteit van California–Los Angeles), samen met J. Southon (aan het Keck Accelerator Mass Spectrometry Laboratory van het Department of Earth System Science aan de universiteit van California–Irvine). De in totaal negen natuurlijke diamanten, die gevonden zijn in Brazilië en geacht werden een paar honderd miljoen jaar oud te zijn, bevatten nog radioactief koolstof. De metingen gaven volgens de onderzoekers 'leeftijden' van 64,900 tot 80,000 jaar. De negende diamant werd ook nog eens in zes afzonderlijke stukjes onderzocht en varieerden in ouderdom van 69,400 tot 70,600 jaar. Daaruit kan worden opgemaakt dat de hoeveelheid C-14 gelijk verdeeld was over de diamanten, en dat er geen 'verontreiniging' heeft plaatsgevonden. Er zijn ook grafietmonsters van precambrisch gesteente (dat door uniformitaristisch denkende geologen op 1 miljard jaar oud geschat wordt) geanalyseerd, en die gaven 'leeftijden' van 58,400 tot 70,100 jaar oud. Hiermee worden de resultaten van het (creationistische) RATE team bevestigd, dat er nog radioactief koolstof in diamanten te vinden is. Ze kunnen daarom onmogelijk miljoenen jaren oud zijn.
|
Natuurlijk werd door de onderzoekers die logische conclusie niet getrokken, omdat hun gedachten zo gefixeerd zijn op miljoenen jaren. Een afwijkend meetresultaat past gewoon niet in hun denkpatroon. Ze zullen altijd weer uitvluchten proberen te vinden. Net zoals bijvoorbeeld de astronomen die zich op dit moment in allerlei bochten wringen om een verklaring te vinden voor de nog actieve manen van Jupiter en Saturnus. "Nee, het kan niet waar zijn, het mag niet waar zijn! Het heelal is oud, het is niet 6000 jaar geleden geschapen... want als onze aarde echt jong is, moet er een God zijn en wil Hij misschien wel wat van ons; en dan moeten we misschien wel verantwoording afleggen..." Ja, Hij wil wat. Hij wil een relatie met Zijn schepselen. Hij wil graag onze Vader zijn. Maar niet iedereen wil dat accepteren, want dat betekent dat je niet meer alles kunt doen waar je zin in hebt. Vader heeft zo zijn principes...
|
Bron: Radiocarbon in Diamonds Confirmed (AiG 7 november 2007)
Dit is een klus voor Supermuis!
Geplaatst: 6 november 2007
Genetici van de Case Western Reserve universiteit in Cleveland, Ohio, hebben met de genen van muizen zitten 'knoeien', waardoor ze nu vijf of zes kilometer kunnen rennen (twee keer zo ver als hun soortgenoten), met een snelheid van 20 meter per minuut (1,2 km/u). Sommigen houden het wel 6 uur vol. Stel je voor: zo'n klein monstertje naast je bed, dat de hele nacht doorrent in een piepend molentje. BBC News breng ons dit schokkende nieuws. Professor Richard Hanson vertelde dat hun prestatie vergelijkbaar is met Lance Armstrong die de Pyreneeën opfietst. Ze eten twee keer zoveel maar zijn slechts half zo zwaar als normale muizen. Ze leven ook langer en paren later dan normaal. Ze krijgen nog jongen rond hun derde levensjaar. Dat is vergelijkbaar met een vrouw van 80 die nog een baby krijgt. Het geheim zit in het feit dat deze muizen meer energie produceren doordat ze ongeveer 10 keer zoveel mitochondriën in hun cellen hebben dan hun medemuizen. Mitochondriën zijn kleine motortjes in cellen; een soort 'krachtcentrales' van ongeveer 1/1000 millimeter 'groot', die de cel van energie voorzien.
|
Ik denk dat een aantal atleten niet kunnen wachten totdat deze technologie beschikbaar wordt voor mensen. De olympische spelen zullen er in de toekomst heel anders uit gaan zien. Dan zullen ze gewonnen worden door de spelers met de beste genetische manipulators achter zich. Of zou er dan een soort test komen om te kijken of ze niet teveel mitochondriën in hun cellen hebben? Er zijn verhalen bewaard gebleven van mensen in de oudheid, die honderden jaren oud werden, machtige daden op hun naam zetten en hun eerstgeborenen kregen toen ze 80 of ouder waren. Er is nog veel meer bewijs dat levende wezens vroeger ouder, sterker en groter werden. Door deze nieuwe ontwikkeling wordt aangetoond dat het inderdaad mogelijk is. De op de Bijbel gebaseerde stelling dat mensen oorspronkelijk perfect geschapen zijn, maar door degeneratie (omdat ze zich aan Gods autoriteit en bescherming onttrokken) steeds zwakker werden, wordt hierdoor ook aannemelijker.
Leuk, zouden we binnenkort ook een Mito-Mix sportdrankje kunnen bestellen?
|
Bron: CEH 6 november 2007
Cambrische kwal
Geplaatst: 2 november 2007
Gaan we schelden? Nee hoor, maar evolutionisten moeten nu wel heel glad gaan praten om hun gezicht te redden (als dat nog lukt). Er is namelijk alweer een modern beest gevonden in de onderste lagen van het Cambrium (zie ook eerdere berichten: 8 oktober, 9 september en 12 juli). Het Cambrium is een aardlaag die door evolutionisten honderden miljoenen jaren oud geschat wordt. Onder die laag komen vrijwel geen fossielen voor, maar in het Cambrium worden 'ineens' allemaal verschillende soorten fossielen gevonden. Dit is heel vervelend voor de mensen die willen aantonen dat het leven begon met een eenvoudig celletje, dat geleidelijk uitgroeide (evolueerde) tot meer ingewikkelde vormen van leven. Men redeneert dat levende organismen in de loop der geschiedenis geleidelijk aan begraven werden in aardlagen en dat er zo een opeenstapeling van lagen ontstond, waarin we een oplopende complexiteit van levende wezens zouden moeten terugvinden. Dat er vrij 'plotseling' allemaal ingewikkelde levensvormen verschijnen in een van de 'oudste' aardlagen, is voor die theorie natuurlijk funest. Dit blijkt echter steeds weer het geval te zijn. En het is weer raak: het blijkt namelijk dat kwallen ook deel uitmaakten van die zogenaamde 'Cambrische explosie'. National Geographic News heeft een paar plaatjes van goed geconserveerde en gedetailleerde kwallenfossielen uit Utah. Volgens evolutionaire standaarden moeten deze fossielen 500 miljoen jaar oud zijn. Dat maakt deze kwallen bijna 'twee keer zo oud' als de 'oudste' fossielen die tot nu toe van kwallen gevonden zijn (de betrokken wetenschappers schatten ze 205 miljoen jaar ouder). Dat niet alleen, ze lijken ook nog eens tot drie verschillende groepen te behoren.
Wat betekent dit voor de evolutietheorie? Volgens het artikel moeten kwallen 500 miljoen jaar geleden snel geëvolueerd zijn, of ze zijn langzaam geëvolueerd en bestaan al veel langer dan we dachten. Ten overvloede kan nog vermeld worden dat er geen bewijs gevonden is voor eventuele overgangsvormen of mogelijke voorouders van deze kwallen. We kunnen in ieder geval weer enkele soorten toevoegen aan de lange lijst van organismen waarvoor geen mogelijke voorouder uit het fossielenbestand kan worden aangewezen.
|
Natuurlijk wordt bij zo'n vondst nooit de logische conclusie getrokken dat de evolutietheorie (voor de zoveelste keer) op z'n gat gaat. Alle levende organismen moeten wel snel ontstaan (gemaakt) zijn. Evolutionisten, geef het toch op! Jullie kunnen al die verhaaltjes over miljoenen jaren toch niet hard maken (zie dit Engelstalige artikel). God rules!
|
Bron: CEH 2 november 2007
|